U bent hier

De donkere zijde van lichtvervuiling

Bron: 
Bond Beter Leefmilieu
Lichtvervuiling brengt dieren in gevaar
 
De cyclus van dag en nacht bepaalt grotendeels het ritme van een organisme. Kunstlicht verstoort deze cyclus en heeft zo impact op de werking van dieren, planten en mensen. 
 
Het verdwijnen van de duisternis heeft een cruciale invloed op tal van organismen en zelfs hele ecosystemen. Vaak is deze impact zichtbaar en logisch. Denk aan de fatale aantrekkingskracht van een lamp voor een nachtvlinder die aan deze lichtbron niet kan weerstaan en vervolgens sterft aan uitputting. Kunstlicht knoeit ook met het intern navigatiesysteem van insecten waardoor ze de weg kwijt raken en bepaalde plaatsen verkeerd inschatten, hun eitjes op de verkeerde plek leggen en zo riskeren hun kroost te verliezen. Andere dieren vermijden het licht, zo wordt het jachtgebied van vele soorten vleermuizen sterk beperkt. Een ander voorbeeld is de gloei van glimwormen die minder sterk opvalt in verlichte gebieden waardoor het moeilijker wordt voor mannetjes en vrouwtjes om elkaar te vinden wat druk zet op het voortbestaan van de soort. 
 
Andere effecten zijn subtieler, maar zeker niet minder gevaarlijk. Zo krijgen bepaalde roofdieren letterlijk een beter zicht op hun prooi wat de hele dynamiek van een ecosysteem uit balans kan brengen. Sommige dieren blijven aan lichtbronnen staan om zich te goed te doen aan de vele insecten die er rond zwermen, anderen vermijden licht en missen zo een kant-en-klaar zwevend buffet. Een andere relatie die hierdoor erg onder druk komt te staan is die tussen een plant en zijn bestuiver. Verlichte planten trekken minder nachtelijke bestuivers aan waardoor deze planten minder vruchten produceren. De bestuivers die overdag werkzaam zijn, zoals bijvoorbeeld de honingbij,  kunnen deze achterstand niet inhalen. 
 
Ook de mens heeft last van kunstmatig licht. Melatonine is het hormoon dat onze interne klok reguleert en onze slaap regelt. De aanwezigheid van licht vermindert de productie van deze lichaamsstof en een gebrek aan melatonine wordt in verband gebracht met minder kwalitatieve slaap, stress, depressie, obesitas en hormoonverstoring.
 
Elke lamp die niet brandt levert winst op
 
Om het probleem van lichtvervuiling aan te pakken hebben we nood aan een mindshift. In Vlaanderen zijn we opgegroeid met licht en beschouwen het als vanzelfsprekend. Een blik over het muurtje van onze buurlanden leert ons dat het ook anders kan. Gelukkig zijn er een heleboel oplossingen en volgt de economische logica hier de ecologische. Elke lamp die niet brandt is 100 procent winst. 
 
De effectiefste oplossing: probeer het aantal lampen te verminderen door in vraag te stellen of nachtverlichting echt overal nodig is. Er zijn heel wat locaties (dikwijls ook ecologisch kwetsbare zones) waar verlichting niet noodzakelijk is. Indien verlichting toch noodzakelijk blijkt, hou dan rekening met volgend stappenplan:
 
  • Werk met bewegingssensoren of timers zodat de verlichting in duur beperkt kan worden en licht enkel brandt wanneer noodzakelijk.
  • Werk met afgeschermde armaturen om lichtverstrooiing te vermijden. Door te werken met lampen waarvan de lichtbundel sterk naar beneden gericht is, beperk je het verlichte oppervlakte. 
  • Geef de voorkeur aan minder krachtige lampen. Naast het rechtstreekse licht is de weerkaatsing van het licht ook schadelijk. 
  • Beperk het aandeel blauw licht in het lichtspectrum, dat door zijn korte golflengte de grootste impact heeft op biodiversiteit, lichtvervuiling en onze eigen gezondheid. Kies dus een warme lichtkleur.

Alle openbare verlichting LED tegen 2030

Lichtvervuiling stijgt nog altijd, afhankelijk van het gebied tussen 2 en 6 procent per jaar. België is nu al bij de slechtste leerlingen van de wereld waardoor we onszelf het zicht op de Melkweg ontzeggen. 
 
De Vlaamse overheid en alle steden en gemeenten dienen hun openbare verlichting om te schakelen naar led tegen 2030, een omschakeling die kadert in de klimaatactieplannen die tot doel hebben minder CO2 uit te stoten. De openbare verlichting van lokale besturen bedraagt ongeveer 1,2 miljoen lampen. Een hoeveelheid waarvan de impact niet te onderschatten valt. 
 
Deze omschakeling biedt een uitgelezen kans om een uitgekiend verlichtingsbeleid te hanteren waarbij niet gemakshalve alle bestaande lampen één op één vervangen worden door (witte) leds. Dit mag dan wel resulteren in een lager energieverbruik, maar de impact op mens, plant, dier en volledige ecosystemen zal verder toenemen. Het aantal lichtpunten dient op een weldoordachte manier verminderd te worden waarbij burgers hierover correct geïnformeerd worden. De ledtechnologie stelt ons ook in staat om maatwerk te bieden (o.a. dynamische verlichting) waar nodig. Enkel zo kan een ‘Vlaams plan voor de duisternis’ vorm krijgen, dat naar voor geschoven wordt in een resolutie betreffende het stimuleren van slimme en duurzame openbare verlichting in Vlaanderen. Tijd dat lichtplannen onderworpen worden aan een ecologische en gezondheidstoets!
 
Bronnen:
 

Heleen De Smet

Netwerkmedewerker
Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen: