U bent hier

Een voedselstrategie om van te snoepen in Zuid-West-Vlaanderen

Lunchen. Snoepen. Dineren. Peuzelen, ontbijten, sneukelen - en ga zo maar door. We zijn allemaal wel een beetje expert als het over eten gaat, want we doen het drie, vier keer per dag. En als het meezit, is het nog lekker ook. Veel van dat fantastische voedsel wordt gewoon om de hoek geproduceerd. Toch vullen we onze kasten meestal via een omweg, de supermarkt. Waar het voedsel in de rekken vaak van heinde en verre komt. In Zuid-West-Vlaanderen zetten vijf gemeenten stappen om dat te veranderen. Aan tafel!
 
Twee fijne regels: lokaal eten is vaak gezond eten, en wat goed is voor jezelf is ook goed voor de planeet. Dat hebben ze begrepen in Zuid-West-Vlaanderen. En ze vatten meteen de koe bij de horens. Avelgem, Harelbeke, Kortrijk, Lendelede en Zwevegem slaan de handen in elkaar met Velt, de provincie West-Vlaanderen, INAGRO, intercommunale Leiedal en W13 en rollen met Voedselrijk een voedselstrategie uit. Dat maakt hen tot pioniers. “Het is de eerste landelijke regio in Vlaanderen die zo’n plan opzet”, vertelt Carina Govaert van Velt. “Een logische stap: dit is rijk landbouwgebied, en mogelijke klanten zitten niet alleen in de stad, maar ook hier, vlakbij.” 
 
Korte keten
 
Het sleutelwoord is ‘korte keten’: breng voedsel van het veld naar het bord en sla de supermarkt over. De stad is op zoek naar duurzame voeding en start zelf met nieuwe voedselproductie-concepten. Daarnaast is er het aanbod van boeren op den buiten. Hoe kunnen we beide verbinden? En hoe leren van elkaar? Carina: “We begonnen met een vooronderzoek: welk aanbod van voedsel is er in de buurt en wat kennen de consumenten al? Het resultaat was opvallend. Ook hier, waar veel akkers, velden en weiden zijn, bleken mensen te weinig te weten wat en waar ze rechtstreeks bij de boer kunnen kopen.”
 
Next step: dat veranderen. Met Voedselrijk willen de gemeenten in drie jaar tijd de korte keten een flinke boost geven. Een kaart helpt de weg vinden naar het lekkers dat er in de regio te vinden is. Ook publieke plukplekken en samentuinen vinden er hun plaats - want zelf je groenten telen is natuurlijk de allerkortste keten. Op het event Lekker Lokaal maakten consumenten kennis met producenten, fruit- en groenteboeren, ijsmakers, samentuinders, een zelfplukboerderij, hoeveslagers, noem maar op. Zwevegem was de gastgemeente voor de ontmoeting.  
 
Gemeenschappelijk verkooppunt
 

“In ons meerjarenplan hebben we er bewust voor gekozen om in te zetten op de korte keten, om de landbouw lokaal leefbaar te houden” Schepen Degezelle gemeente Zwevegem

“In ons meerjarenplan hebben we er bewust voor gekozen om in te zetten op de korte keten, om de landbouw lokaal leefbaar te houden”, vertelt schepen van Zwevegem Isabelle Degezelle. “Op Lekker Lokaal werd meteen ook duidelijk waarom dat nu te weinig gebeurt. Gezinnen willen hun boodschappen in een keer doen, en niet allemaal verschillende verkooppunten aflopen. En ook voor producenten is het niet evident: je kunt niet én op het veld én in je winkel staan.”
 
Hoe los je dat op? “Een idee dat kwam bovendrijven, is om een gemeenschappelijk verkooppunt te organiseren. Dat zou bijvoorbeeld in de zorginstelling Ubuntu in Zwevegem kunnen. Dan leggen we meteen ook de link met het sociale.” Sommige drempels waren meteen opgelost door ze te benoemen, vult Carina aan. “Het verraste boeren dat mensen het een soms een beetje moeilijk vinden om zomaar op het erf te komen, ze hebben het idee dat ze de privacy van de boer thuis schenden. Dan plaats je als producent een duidelijk bordje, ‘hier is de verkoop’, en dat is meteen verholpen.” 
 
Verder nog op het menu: Streekproeven, waarbij een kok aan de slag gaat met lokaal lekkers en consumenten en boeren met mekaar in gesprek gaan over hoe ze op gemeentelijk vlak de korte keten kunnen versterken. Voedselspelen, in de lente alvast voor kinderen van het vijfde leerjaar in alle scholen in Zwevegem, om te leren dat voedsel produceren meer moeite kost dan een tripje naar de supermarkt. Een open call van intercommunale Leiedal, zij geven een woonuitbreidingsgebied vrij voor slimme groene ideeën. Meer netwerkmomenten en kijken of en hoe de ideeën van de inwoners concreet kunnen worden
 
Het resultaat van die hele strategie: minder voedselkilometers, minder broeikasgassen dus. Deze vijf gemeenten bewijzen dat klimaatbeleid aan de eettafel kan beginnen. Een levendige voedselcultuur en contact met buren en boeren krijg je er gratis bovenop. Mag ‘t wat meer zijn?
 
Meer info over Voedselrijk: www.voedselrijk.be
 


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.