U bent hier

Eeklo en Ecopower: een succesverhaal met massa’s windmolens en nul bezwaarschriften

Coöperatieve en hernieuwbare energie: het is een match die op verschillende vlakken werkt.

De Vlaamse hoofdstad van de windenergie? Dat is… Eeklo. De Standaard en Terzake trokken naar het Meetjesland om die boude stelling te checken, en zagen dat het klopt: massa’s windmolens en niemand die bezwaar maakt. Hoe hebben ze dat klaargespeeld? “Met de blik op de toekomst en de gemeenschap”, zegt Jan De Pauw van Ecopower, de energiecoöperatie die ervoor zorgde dat de eerste coöperatieve windturbines in Vlaanderen er kwamen. “Eigenlijk kan elke gemeente zo’n ‘Eeklo’tje’ doen.”

Eeklo en Ecopower, het is een love story waar Romeo en Julia nog een puntje aan kunnen zuigen. Het begon in 1999. Toen al stelde Eeklo een windplan op, als eerste stad van het land. De ligging is dan ook ideaal: de stad ligt aan de rand van de polders, niet ver van de Noordzee en de monding van de Schelde, in landelijk, windrijk gebied. Het stadsbestuur dacht - wel, waarom gaan wij niet een deel van  onze wind zelf oogsten, om in onze eigen energie te voorzien? 

Ze gingen kijken welke gronden die van de stad zelf waren geschikt konden zijn voor windturbines. Kwamen uit de bus: het containerpark op het industrieterrein, een voetbalplein en het gebied naast de afvalenergiecentrale aan de expressweg. In 2000 schreef de stad een eerste aanbesteding uit: wie komt met het beste voorstel om twee windmolens in Eeklo te bouwen? 

“Ecopower was op dat moment een burgercoöperatie die nog op vrijwilligers draaide, ze hadden slechts enkele honderden leden . En toch waren zij het die het contract binnenhaalden, dankzij de vooruitziendheid van de stad. Het bestuur besefte: dit wordt een groot, zichtbaar project. En de wind is van iedereen, iedereen moet er dus van kunnen genieten. Dat vertaalden ze naar veel punten voor burgerparticipatie in de aanbesteding.” Aan het woord is Jan De Pauw. Hij sloot zich in die jaren aan als coöperant en werkt vandaag ook voor Ecopower, dat hem als energie- en klimaatadviseur  ‘uitleent’ aan Eeklo.

“Ecopower is 100 procent participatief, daardoor scoorden we daar maximale punten en won onze offerte, ook al was Ecopower toen op financieel vlak niet even sterk als de grote energiespelers. Ik ben zelf opgegroeid in Eeklo, hoorde hun coöperatieve visie toen voor de eerste keer op een buurtinfovergadering en was meteen wildenthousiast.” Tien jaar later, in 2009, volgde de tweede aanbesteding voor twee bijkomende windmolens naast de afvalenergiecentrale aan de expressweg. Ook hier haalde Ecopower het, vóór de commerciële energiereuzen. 

NIMBY? Nooit van gehoord

Windhoofdstad van Vlaanderen, en geen Eeklonaar die loopt te zeuren over de turbines in zijn achtertuin. Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen? “Ook dat is de grote verdienste van de stad: zij hebben de plannen voorgelegd aan hun inwoners nog voordat ze de projectontwikkelaars uitnodigden, zij trokken met bussen naar West-Vlaanderen, waar de eerste windmolen stond, zodat ze van dichtbij konden ervaren wat dat nu precies was. En ze waren heel duidelijk in hun boodschap naar hun inwoners: ‘Dit worden ook jullie turbines, jullie stroom, de ontwikkelaars  zullen de wind moeten delen met de bevolking, want de wind is een streekproduct.’” 

Ecopower vulde die ideeën in met zijn coöperatieve organisatiestructuur en rechtstreekse burgerparticipatie. “Ook de stad of gemeente zelf heeft er voordeel bij: doe zulke grote projecten samen met je bevolking en ze zullen veel sneller gerealiseerd zijn. Wanneer er vanuit het niets commerciële ontwikkelaars opduiken die het lokale draagvlak niet respecteren, gaat het vaak bezwaren regenen en krijg je rechtszaken die jaren aanslepen.” 

Wind in de zeilen

Bovendien heeft de coöperatieve aanpak nog aangename extra effecten. “We zien dat de coöperanten in acht jaar tijd hun behoefte aan netstroom gehalveerd hebben. Met andere woorden: investeer in 100 procent coöperatieve, hernieuwbare energie en je realiseert ook 50 procent energiebesparing. Bovendien blijft de meerwaarde lokaal. “In Eeklo maken de inkomsten van een windproject van 6 miljoen euro mogelijk dat er straks een warmtenet van 40 miljoen komt op basis van de restwarmte van de afvalenergiecentrale, die anders gewoon in de lucht verdwijnt.”

Een uniek verhaal? “Helemaal niet. Het enige wat je moet doen, is burgercoöperaties de kans geven om rechtstreeks te participeren, zodat ze eigenaar worden van de de installaties en de stroom. Tegen 2030 zijn er duizend extra windmolens nodig in Vlaanderen. Laat de burgercoöperaties die vandaag al bestaan, minstens 20 procent daarvan bouwen. Zoals Oost-Vlaanderen al heeft vastgelegd in een provincieraadsbesluit. Dan krijg je niet alleen je turbines maar ook een hefboomeffect naar een resem andere nuttige projecten die de gemeente samen met haar bevolking kan realiseren: een zegen voor het realiseren van klimaatplannen en burgemeestersconvenant.” 

“Wat in Eeklo gebeurd is, kan in alle steden en gemeenten. Wij willen dat ook andere burgercoöperaties een vliegende start nemen - op basis van samenwerking als gelijkwaardige partners. Ook dat onderscheidt ons van commerciële spelers. De plannen van hoe Eeklo en wij het samen aangepakt hebben staan gewoon online op de website van zowel de stad Eeklo als REScoopv - de Vlaamse federatie van burgercoöperaties voor hernieuwbare energie. Elke gemeente kan dus een Eeklo’tje doen.”

> Lees de reportage van De Standaard

> Kijk naar de reportage van Terzake

Jessika De Lille

Projectmanager

Heb je als lokaal bestuur een vraag of suggestie voor Gemeente voor de Toekomst. Neem contact!

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.