U bent hier

Autodelen hoort niet in de hoek waar de klappen vallen. Opinie.

Jeffrey Matthijs is directeur van de vzw autodelen.net, het Vlaams Netwerk Autodelen.

Bron: 
De Morgen 20 april 2018
Dit artikel werd gereproduceerd met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden. Elk hergebruik dient het voorwerp uit te maken van een specifieke toestemming van de beheersvennootschap License2Publish: info@license2publisch.be.

Jeffrey Matthys. Autodelen is altijd beter dan ‘autovermenigvuldigen’

 
Autodelen wordt bekender en kan steeds meer mensen charmeren. Met het stijgende succes merken we ook de eerste berichten over ‘goede’ en ‘slechte’ vormen van autodelen. Die opdeling getuigt eerder van ideologische inzichten dan van feitenkennis.
 
Eerst de feiten. Het aantal mensen dat de één of andere vorm van autodelen sporadisch of regelmatig gebruikt, stijgt fors. In 2017 was er een verdubbeling van het aantal autodelers in Vlaanderen, vandaag schatten we het aantal Belgische autodelers op meer dan 100.000. Tegelijk zien we een forse toename van het aantal aanbieders die autodelen faciliteren.
 
Grosso modo zijn er drie vormen. Het delen van privéwagens bestaat al sinds de opkomst van de auto en werd vroeger veeleer informeel geregeld. Vandaag zijn er organisaties die particulieren daarbij ondersteunen. Dat kan kostendelend (Cozycar en Dégage) of via een online vraag-en-aanbodplatform (Caramigo, Drivy, Wibee en Tapazz).
 
Er zijn ook aanbieders met een eigen vloot. Het station-based model waarbij je de deelwagen oppikt en terugbrengt naar dezelfde standplaats bestaat het langst. Cambio startte in 2004, daarna kwamen BattMobiel, Stappin, Zen Car en Ubeeqo. 

Elk systeem heeft sterke en mindere kanten. Louter focussen op één aspect is unfair

Daar is vrij recent het free floating-autodeelsysteem bij gekomen, waarbij je de auto kunt oppikken en ergens anders achterlaten. Bij Bolides en Partago breng je de deelwagens terug naar een stadswijk. Sinds 2016, met de komst van DriveNow en Zipcar in Brussel en recent Poppy in Antwerpen, zijn er ook systemen waarbij je de deelwagen na gebruik overal in de stad mag parkeren.
 
Het zijn vooral de laatste die opiniemakers inspireren om autodeelsystemen te verdelen in ‘goede’ en ‘slechte’ spelers. Zo kannibaliseren deze vormen van autodelen het openbaar vervoer (Knack, 14/2) of zijn ze meer een hip speeltje dat het autogebruik aanmoedigt (De Standaard, 10/4). 
 
Anderzijds zouden station-based modellen parkeerplaatsen van stadsbewoners innemen, en het delen van privéwagens zou dan weer het gebruik van oudere, meer vervuilende auto’s in de hand werken. Kortom, blijkbaar is het nodig om te spreken van één optimale vorm van autodelen.
 

Alle meningen en studies ten spijt is autodelen altijd een valabel alternatief voor de eigen wagen

Nochtans heeft elk systeem sterke en mindere kanten. Louter focussen op één aspect is unfair. We evolueren naar een combinatie van autodeelsystemen. Ik gebruik station-based voor combiverplaatsingen met de trein, waarbij ik het laatste traject met de deelwagen doe. Handig, want lang op voorhand te reserveren. Ik weet waar de wagen staat en hoef achteraf geen parkeerplaats te zoeken. 
 
Voor een weekendtrip gebruik ik meestal een privédeelwagen. Dat is doorgaans goedkoper dan een deelwagen van een aanbieder. Tot slot gebruik ik free floating als ik pakweg last minute nog even boodschappen wil doen. Een combinatie van verschillende systemen is voor mij een grotere luxe dan het bezitten van één (type) privéauto.
 
Nieuwe doelgroepen
 
Alle meningen en studies ten spijt is autodelen altijd een valabel alternatief voor de eigen wagen, waarbij het reflexmatige autogebruik plaatsmaakt voor een rationele keuze uit diverse mobiliteitsalternatieven. 
 
Bovendien vervult één deelwagen de mobiliteitsbehoefte van verschillende gezinnen, waardoor niet meer maar minder wagens nodig zijn. Autodelen is altijd beter dan ‘autovermenigvuldigen’.
 

Autodelen is altijd beter dan ‘autovermenigvuldigen'

Het is logisch dat verschillende systemen een andere impact genereren en dat zelfs eenzelfde aanbieder afhankelijk van de locatie en/of stad andere cijfers kan voorleggen. 
 
Bovendien zijn de recente systemen nauwelijks onderzocht, maar de verdienste van free floating is alvast het aanspreken van totaal nieuwe doelgroepen. Ik blijf pleiten voor het inzetten op duurzame alternatieven voor het bezit van privéwagens. Autodelen kan daarin een essentiële schakel zijn.
 
Medeondertekenaars: Chris de Guytenaer (CEO BattMobiel), Bart Lizen (CEO Bolides), Geert Gisquière (directeur Cambio Vlaanderen), Laurent Baeke (directeur Caramigo), Gerbrand Nootens (bestuurslid Dégage), Christian Lambert (CEO DriveNow), Morena Krcmar (woordvoerder Drivy), Alexander Van Laer (CEO Poppy), Dirk en Geert Houttequiet (oprichters Stappin), Thierry Deflandre (voorzitter RvB Zen Car)


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.